Algemeen
TETRA staat voor TEchnologieTRAnsfer en is gericht op het stimuleren van technologie-gedreven kennisoverdracht tussen instellingen van hoger onderwijs en bedrijven en/of socialprofitorganisaties.
Het einddoel is dubbel:
- Verhogen van de innovatie-capaciteit bij bedrijven en organisaties door het omzetten van technologie en kennis naar concrete toepassingen via aangepaste informatie, demonstraties op maat van deze bedrijven en organisatie
- Verhogen van de kennisbasis bij instellingen van hoger onderwijs ter verbetering van het onderwijs en de maatschappelijke dienstverlening door de wisselwerking tussen instellingen van hoger onderwijs met technologische, economische en maatschappelijke actoren.
Het TETRA-Fonds steunt toepassingsgerichte projecten, die een innovatief concept bestuderen waarvan de resultaten kunnen gebruikt worden door bedrijven in Vlaanderen. Het onderzoeksonderwerp bevat minimaal een component ‘technologie’ en de resultaten zijn gericht op economische finaliteit. Valorisatie van de projectresultaten is eveneens een belangrijk aspect: een tijdsbesteding van minstens 25% moet toegeschreven worden aan kennisverspreiding.
92,5% van de projectbegroting wordt ondersteund door de Vlaamse Overheid via IWT-Vlaanderen. De overige 7,5% is afkomstig van een aantal industriële partners die zetelen in de ‘Gebruikerscommissie’ of ‘GC’. Via deze cofinanciering zijn de leden van de GC bevoorrecht in het ontvangen en gebruiken van de projectresultaten en kunnen tevens het project mee sturen.
TETRA-ORC
Aan de Hogeschool West-Vlaanderen, departement PIH startte op 1/01/2009 het TETRA-project ‘Restwarmterecuperatie via een Organische Rankine Cyclus’. Het doel is deze bestaande, innovatieve technologie te introduceren in Vlaanderen, via het aantonen van de technische en economische toepasbaarheid. Het project heeft een looptijd van twee jaar en eindigt op 31/12/2011.
Het project is opgesplitst in veertien uit te voeren werkpakketten, verdeeld over drie grote fasen:

De eerste stap in het project is de verkenningsfase. Dit omvat een grondig onderzoek naar de status van de technologie, zowel op theoretisch vlak (via literatuurstudie) als in de praktijk (via contacten met leveranciers en constructeurs). Aan de hand van computersimulaties wordt dit alles geëvalueerd, zodat een accuraat softwarepakket noodzakelijk is. Via een potentieelstudie wordt een inschatting gemaakt van het aantal implementeerbare ORC’s in Vlaanderen.
In een tweede fase staat de technologievertaling centraal. Bestaande installaties worden aan een kritische evaluatie onderworpen en een algemene beslissingsboom voor het implementeren van een ORC wordt opgesteld. Een testopstelling moet het praktische aspect verduidelijken. Naast het ruime onderzoek naar toepassingsmogelijkheden is het in kaart brengen van de knelpunten minstens even belangrijk. Een tiental case studies, zo gekozen dat ze model staan voor talrijke gelijkaardige situaties in Vlaanderen, wordt technisch en economisch grondig uitgewerkt. Via het vergelijken van ORC met andere warmtebenuttingstechnologieën kan een conclusie geformuleerd worden.
De derde en laatste fase focust op de verspreiding van de verworven kennis en resultaten. Dit gebeurt via presentaties op studiedagen en seminaries, publicaties in vakbladen, een symposium rond ORC en een website. Een poster en de verspreiding van flyers moeten het project kenbaar maken op relevante evenementen.





